Met het nieuwe schooljaar voor de deur begint in veel gezinnen hetzelfde gesprek: krijgt de brugklasser voortaan een maandbedrag, en hoeveel eigenlijk? Het is een goed moment voor dat gesprek — en een lastiger moment dan toen wij zelf zakgeld kregen. Want geld is voor kinderen van nu grotendeels onzichtbaar geworden: het is geen briefje uit een portemonnee meer, maar een getal achter een pinpas of een tikje van een telefoon. Wie leert een kind omgaan met iets wat het nooit ziet?
Wat het Nibud adviseert
Eerst het praktische. Het Nibud geeft richtbedragen die meegroeien met de leeftijd: op de basisschool gaat het om zakgeld per week — grofweg van rond de €1,20 à €2,30 voor een kind van zes-zeven, tot zo'n €2,30 à €4,70 voor tien- tot twaalfjarigen. Op de middelbare school schakel je over naar een maandbedrag: ongeveer €20 tot €32 voor 12- tot 14-jarigen, oplopend richting de €40 à €50 rond de achttien. Het zijn nadrukkelijk richtlijnen, geen geboden — wat past hangt af van wat je kind er zelf van moet betalen én van wat het gezin kan missen. Actuele bedragen en een handig zakgeldcontract staan op nibud.nl.
Belangrijker dan het bedrag zijn de Nibud-spelregels: zakgeld is geen loon en geen strafmiddel. Vast bedrag, vast moment, duidelijke afspraken over wat het kind er zelf van betaalt — en dan het moeilijkste: je kind fouten laten maken. Wie in week één alles aan slecht snoep uitgeeft en daarna drie weken moet wachten, leert meer over budgetteren dan van welke preek dan ook.
Het echte probleem: geld dat je niet ziet
De overstap van munten naar digitaal is voor kinderen fundamenteler dan hij lijkt. Een portemonnee die leger wordt, kun je zíen en voelen; een saldo-app niet. Onderzoek naar betaalgedrag laat al jaren zien dat ook volwassenen makkelijker uitgeven met een pas of telefoon dan met contant geld — bij kinderen, die het rem-gevoel nog moeten opbouwen, telt dat dubbel. Drie dingen die helpen:
- Begin tastbaar. Op de basisschool is er niets mis met een ouderwetse spaarpot en echte munten. Het gevoel dat geld "op" kan zijn, leer je met je handen.
- Maak digitaal zichtbaar. Vanaf een jaar of tien werkt een eigen kinderrekening met pinpas prima — mits je het saldo regelmatig sámen bekijkt. Niet als controle, maar als gewoonte: "kijk, dit kwam erbij, dit ging eraf." De meeste banken hebben er kindvriendelijke apps voor.
- Geef elk bedrag een verhaal. Kaal saldo zegt een kind niets; "nog €12 te gaan tot je game" zegt alles. Spaardoelen maken onzichtbaar geld weer concreet.
Het verlanglijstje als stiekeme geldles
Dat laatste punt is precies waarom een wensenlijstje meer is dan een cadeau-hulpje. Een kind dat zijn wensen op een gratis verlanglijstje zet, doet ongemerkt aan financiële opvoeding: het moet kíezen wat bovenaan staat (prioriteren), ziet wat dingen kosten (prijsbesef), en leert wachten tot een verjaardag of sparen tot het bedrag er is (uitgestelde beloning — de spier waar het bij digitaal geld allemaal om draait). En voor grote wensen kunnen opa's, oma's en ooms samen bijleggen, zodat het kind leert dat grote doelen in stukjes komen. Hoe je zoiets aanpakt met het hele gezin schreven we eerder op in cadeauwensen organiseren voor je gezin en een verlanglijstje voor kinderen maken.
Kortom
Het bedrag doet er minder toe dan het ritueel: vast moment, eigen keuzes, fouten mogen maken, en geld — juist het onzichtbare — steeds even zichtbaar maken. Wie daarmee begint in de brugklas, levert rond de achttiende een jongvolwassene af die een bankrekening kan lezen. En dat is, zo bleek eerder dit jaar nog uit de cijfers rond de financiële knip op 18 jaar, geen overbodige luxe.
Bron: Nibud, richtbedragen en zakgeldadvies (nibud.nl).